Met ingang van 2013 zijn er voor de gehele Europese Unie nieuwe factureringsregels voor de BTW-heffing van toepassing.

Het doel van deze aanpassing is om de facturering voor de BTW-heffing te vereenvoudigen, te moderniseren en te harmoniseren.


Ongewijzigde factuureisen

Van kracht blijft dat een factuur de volgende gegevens moet bevatten: 

  • datum van uitreiking (factuurdatum);
  • opeenvolgend nummer waar met één of meerdere reeksen de factuur eenduidig kan worden geïdentificeerd;
  • BTW-nummer van leverancier / dienstverlener;
  • als een verlegingsregeling van toepassing is of als het een intracommunautaire levering betreft: het BTW-nummer van de afnemer;
  • naam en adres van leverancier / dienstverlener, las deze is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel dan ook het inschrijvingsnummer;
  • naam en adres van afnemer;
  • hoeveelheid / omvang en duidelijke omschrijving van de geleverde goederen / diensten;
  • datum waarop levering van goederen / diensten heeft plaatsgevonden of is voltooid;
  • vergoeding voor elk tarief of elke vrijstelling;
  • eenheidsprijs exclusief BTW en de eventuele kortingen indien deze niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;
  • toegepaste BTW-tarief;
  • te betalen BTW-bedrag;
  • indien een vrijstelling van toepassing is, verwijzing naar deze vrijstelling;
  • indien het een intracommunautaire levering betreft, verwijzing hiernaar;
  • indien het een levering van een vervoermiddel is, de benodigde gegevens die nodig zijn om te bepalen of het een nieuw vervoermiddel betreft;
  • indien de BTW wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger, naam, adres en BTW-nummer van deze fiscaal vertegenwoordiger.

 

Aangepaste factuureisen

In een aantal gevallen moet een factuur "enige aanduiding" bevatten van de levering / dienst. Dit in geval van vrijstelling, intracommunautaire levering, verleggingsregeling of margeregeling.

Deze aanduiding geeft het bijzondere karakter aan van de regeling. Voor de vrijstelling en de intracommunautaire levering blijft deze eis ongewijzigd van kracht.

Voor andere bijzondere regelingen moet met ingang van 2013 op de factuur uitdrukkelijk de volgende vermelding opgenomen worden:

  • als de afnemer van de prestatie de factuur uitreikt: factuur uitgereikt door afnemer;
  • als een verleggingsregeling van toepassing is: BTW verlegd;
  • indien de reisbureauregeling van toepassing is: bijzondere regeling reisbureus;
  • indien de margeregeling van toepassing is: bijzondere regeling gebruikte goederen, bijzondere regeling kunstvoorwerpen of bijzondere regeling voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

 

Vereenvoudigde factuur

In bepaalde gevallen kan met ingang van 2013 met een vereenvoudigde factuur worden volstaan. Dit is het geval indien het bedrag van de factuur niet hoger is dan  € 100,- (incl. BTW) maar ook voor creditnota's (die verwijst naar de oorspronkelijke factuur met alle vereiste gegevens en vermeldingen).

De vereenvoudigde BTW-factuur moet aan de volgende eisen voldoen:

  • factuurdatum;
  • naam en adres van leverancier / dienstverlener;
  • aard van geleverde goederen / diensten;
  • te betalen BTW-bedrag.

Een vereenvoudigde BTW-factuur is niet toegestaan in geval van grensoverschrijdende afstandverkopen en bij intracommunautaire leveringen tegen het nultarief.

Met ingang van 2016 wordt de bijtelling voor auto's van de zaak fors hoger. 

Voor electrische auto's blijft de bijtelling 4%, alle andere auto's gaan minimaal 15% bijtelling krijgen.

Er is een overgangsregeling waarbij de bijtelling tot 5 jaar vanaf de datum van de eerste tenaamstelling blijft zoals op deze datum van tenaamstelling van toepassing was. Deze overgangsregeling is ook van toepassing voor tweedehands auto's. Aanschaf van een tweedehands auto verandert dus, tot vijf jaar na eerste tenaamstelling, niets aan het percentage van de bijtelling.

Voor ondernemers met personeel in dienst mag in 2013 1,5% van de loonsom belastingvrij vergoeden of verstrekken. 


In 2013 mag nog het systeem van vrije vergoedingen worden toegepast. Met ingang van 2014 is enkel nog de Werkkostenregeling toegestaan.

Binnen de Werkkostenregeling mag 1,5% (2013) van de totale fiscale loonsom belastingvrij worden gebruikt voor het doen van uitkeringen en verstrekkingen. Denk hierbij aan kerstpaketten, fietsen, parkeergelden, e.d. Niet onder deze regeling vallen boeten en/of een auto van de zaak.

Voor vergoedingen die boven de 1,5 % vrijstelling uitkomen is een eindheffing van 80% van toepassing. 

In de huidige situatie is de VAR een verklaring van de Belastingdienst waarin deze aangeeft hoe de werkzaamheden van de ZZP-er worden beoordeeld.

Werkt u met een ZZP-er en deze u een VAR heeft verstrekt, dan kunt u er vanuit gaan dat fiscaal gezien de ZZP-er niet als werknemer van u wordt gezien.


 

Er is een voorstel om de VAR verklaring te stoppen en te vervangen door de zgn. BGL (Beschikking geen loonheffingen). In deze verklaring wordt aangegeven dat u als opdrachtgever niet met loonheffingen en premies volksverzekeringen rekening hoeft te houden.

De BGL wijkt in zoverre af van de VAR dat u als opdrachtgever een aantal zaken moet nagaan alvorens u de BGL kunt toepassen. Zo dient u na te gaan wie het risico loopt als de ZZP-er onvoldoende presteert; wie er zorgt voor gereedschap, e.d. en hoe het is geregeld indien de ZZP-er arbeidsongeschikt zou worden. Zaken dus waar de opdrachtgever zicht op heeft. Zaken waar de opdrachtgever geen zicht op heeft, zoals het aantal opdrachtgevers van de ZZP-er en de investeringen door de ZZP-er blijven buiten de beoordeling.

Zijn de beoordelingen van de ZZP-er positief dan kan de BGL gezien worden als vervanger van de VAR-verklaring.

Wanneer de VAR vervangen zal worden door de BGL is nog niet bekend. Wordt door u als opdrachtgever in 2014 gewerkt met een ZZP-er die een VAR aan u heeft verstrekt dan mogen de werkzaamheden onder deze VAR blijven doorgaan.

Worden er nieuwe werkzaamheden in 2015 gestart of komt er een wijziging in de manier van samenwerken dan dient door de ZZP-er een nieuwe tijdelijke VAR 2015 worden aangevraagd en aan de opdrachtgever worden overhandigd.

Met ingang van 2013 zijn er enkele wijzigingen voor het verkrijgen van Zorgtoeslag.


De overheid gaat minder bijdragen aan de zorgkosten en heeft de voorwaarden voor verkrijging van Zorgtoeslag met ingang van 2013 aangepast.

Zo wordt de maximale inkomensgrens met ingang van 2013 verlaagd. U heeft geen recht meer op Zorgtoeslag als uw jaarinkomen in 2013 hoger is dan  € 30.939,- voor een alleenstaande  (2012  € 35.059,-) en voor iemand met partner als het gezamelijke jaarinkomen hoger is dan  € 42.438,-  (2012  € 51.691,-).

Dan is er met ingang van 2013 een vermogenstoets. Heeft u of uw partner een vermogen; spaartegoeden, beleggingen, 2e woning, e.d., dan heeft u geen recht meer op Zorgtoeslag als dit vermogen groter is dan:

€  101.139,- voor een alleenstaande  en

€  122.278,- voor partners. 

Heeft u een laag inkomen dan wordt de Zorgtoeslag in 2013 verhoogd met  € 115,-, dit om het verhoogde eigen risico te compenseren.

 

Mocht u willen weten of u in aanmerking komt voor Zorgtoeslag dan kunt u dit door ons laten nagaan.